31 maart 2025

Hoe weet je of iemand stress ervaart als diegene daar zelf niet goed zicht op heeft? En kun je als hulpverlener je behandeling beter afstemmen als je daar wél zicht op krijgt? Hoe wordt het gebruik van wearables ervaren? Deze vragen stonden centraal in een explorerend onderzoek van Nicky Baselmans, GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog. Ze testte het gebruik van een wearable – een ring die huidgeleiding meet als indicatie van het stressniveau – bij drie ouderen met een borderline problematiek. 

Waarom een wearable?

De interesse van Nicky begon bij de combinatie van twee boeiende onderwerpen: borderline persoonlijkheidsstoornis en technologie. “Ik leerde deze wearable kennen via Fontys Hogeschool. Bij Nestor, de ouderenafdeling van GGzE, werd hij al ingezet in samenwerking met Fontys.” Toen dacht ik: “Wat zou dit kunnen betekenen voor mensen met borderline problematiek waarbij sprake is van forse emotieregulatieproblemen?”, vertelt ze. 

Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis ervaren grote problemen in het reguleren van hun emoties vaak in combinatie met een gebrekkig zelfinzicht. De ring, die stress op basis van lichamelijke signalen registreert, kan daarin een objectieve maat bieden. “Je kunt zien dat je stress oploopt, ook als je dat zelf niet meteen doorhebt. Dat inzicht is heel waardevol.” 

Wat meet de ring precies?

De ring werkt op huidgeleiding. Via een app wordt zichtbaar hoe het stressniveau zich gedurende de dag ontwikkelt - waarbij niet gedifferentieerd wordt tussen positieve en negatieve stress. 

“Inzicht krijgen in je dagelijkse stressniveau, de patronen die zichtbaar worden, daar draait het om,” zegt Nicky. “En het is belangrijk dat je voldoende momenten van herstel hebt, ook na leuke activiteiten. De wearable helpt om daar meer bewust van te worden.” 

Eerste ervaringen: klein, maar veelzeggend

Drie mensen deden mee aan het onderzoek. Eerst droegen ze de ring vijf dagen op proef. Daarna volgde een onderzoeksperiode van 28 dagen. De deelnemers waren positief: nieuwsgierig, gemotiveerd en bereid om mee te denken. 

Ze droegen de ring consequent en kregen meer inzicht in welke situaties stress opleverden. “Maar,” zegt Nicky, “ze wisten daarna vaak niet goed hoe ze met die inzichten verder moesten. Cliënten koppelden de inzichten die ze opdeden via het onderzoek niet automatisch aan het contact met hun individuele behandelaar. Ze gaven aan: ‘Ik zou dit nog eens willen doen, maar dan wel mét mijn therapeut erbij.’” 

Kansen én kinderziektes

De ring werd niet als belastend ervaren, maar er waren wel praktische hobbels: hij was niet waterdicht, er waren regelmatig synchronisatieproblemen en de ring was te klein van formaat voor een mannelijke proefpersoon met bredere vingers. Voor het onderzoek werd een extra telefoon gebruikt voor de app, maar dit bleek lastig in de praktijk. "Ouderen zijn gewend aan hun eigen toestel, waardoor het gebruik van een andere telefoon complicaties gaf bij de bediening." 

Toch ziet Nicky zeker toekomst in dit hulpmiddel: “De technologie is nog in ontwikkeling, maar ik geloof dat het een waardevolle aanvulling kan zijn – mits goed ingebed in de behandeling.” 

Wat brengt dit onderzoek verder?

Hoewel het onderzoek klein en verkennend was, heeft het veel inzichten opgeleverd. “We weten nu beter waar we rekening mee moeten houden als we een groter onderzoek willen starten. De betrokkenheid van de behandelaar bleek bijvoorbeeld belangrijker dan gedacht.” 

Tot slot benadrukt Nicky het belang van onderzoek binnen een zorgorganisatie: “Het helpt ons om de zorg steeds beter af te stemmen op de behoeften van cliënten. En dat is waar we het uiteindelijk voor doen.” 

Wearables in de ggz
Nicky Baselmans